Juridische aspecten

Zorgplicht Legionellapreventie
Een belangrijke reden waarom de zorgplicht is omarmd door de overheid is dat bestuursrechtelijke zorgplichtbepalingen vooral door een gecombineerde inzet met het strafrecht goed blijken te werken. Het strafrecht blijkt heel effectief om te kunnen gaan met “abstracte” zorgplichtbepalingen voor gevaarlijke situaties. Zorgplichtigen worden eenvoudigweg beoordeeld op het criterium: “zijn er gegeven de aard en omvang van een dreigend gevaar maatregelen genomen die in zo’n geval behoren te zijn genomen”. Dit wordt getoetst aan objectieve maatstaven.

  1. Door de zorgplicht Drinkwater ook in privaatrechtelijk perspectief te zien, kan de zorgplicht Drinkwater wel degelijk als vervangende regelgeving fungeren. Zorgplichtige partijen geven aan het risico op schadevergoeding als gevolg van aansprakelijkheidsstelling als grootste risico te zien. De bedrijfscontinuïteit komt bij een eventuele uitbraak van Legionellose met daadwerkelijke gezondheidsschade al snel in gevaar.
  2. Aan zowel de partijen die zorgplichtig zijn als aan de rechterlijke macht moet duidelijk zijn wat gebruikelijke voorzorgsmaatregelen zijn. Kennis- of referentiedocumenten die de risico’s inventariseren en preventieve maatregelen voorstellen zullen hiermee een belangrijkere status krijgen.
  3. De zorgplicht Drinkwater relevant voor Legionella lijkt op het type zorgplicht die het Ministerie van I&M in het kader van de Wet Milieubeheer breder wil inzetten.

Zorgplicht in de wetgeving Drinkwater
De eigenaren van collectieve drinkwaterinstallaties, laag risico locaties, dienen te voldoen aan de Zorgplicht, zoals genoemd in de Drinkwaterwet artikelen 26, 30 en 31 betreffende het instandhouden van een veilige en werkende installatie en het leveren van deugdelijk drinkwater). De kennis- en referentie-documenten daarbij zijn de Waterwerkladen 1.4G en 3.8 en ISSO-publicatie 55.2.

Voorbeeld jurisprudentie
Van 19 tot 28 februari 1999 vond in de veilinghallen van de Coöperatieve Nederlandse bloembollencentrale de Westfriese Flora plaats. De Flora omvatte een bloemententoonstelling en een consumentenbeurs waar onder meer een standhouder aanwezig was die een whirlpool tentoonstelde. Het water in de whirlpool werd tijdens de gehele dag in bruisende en bubbelende staat gehouden op een temperatuur van ca. 37°C

Het water werd niet vervangen noch op enige manier gezuiverd of ontsmet. De whirlpool stond meteen links na de ingang, naast de garderobe. Hier liepen ongeveer 80.000 bezoekers langs. Ruim 200 bezoekers werden ziek en vertoonden symptomen van legionellose. Uiteindelijk zijn ongeveer 30 bezoekers aan de gevolgen hiervan overleden. Er volgt een kort geding tegen de standhouder met de whirlpool. Opmerkelijk is hoe gericht het Hof de aansprakelijkheid voor de Legionellose legt bij de standhouder die de desbetreffende whirlpool tentoonstelde. De standhouder werd op basis van artikel 181 uit het Burgerlijk Wetboek (deel 6) aansprakelijk gesteld voor de “kwaliteit van de zaken en opstallen die in de uitoefening van een bedrijf worden gebruikt”. In dit geval de waterleiding vanaf het tappunt naar de whirlpool.